BOS .B = Bos (onder bomen)
.B1 = droge grond
.B2 = vochthoudende grond
.B3 = natte grond
ONDIEPE BODEM .OB = Ondiepe bodem op rotsen
.OB1 = droge grond
.OB2 = vochthoudende grond
.OB3 = natte grond
Standplaats van
vaste planten
volgens Prof.
Dr.Josef Sieber
BOSRAND .BR = Bosrand
.BR1 = droge grond
.BR2 = vochthoudende grond
.BR3 = natte grond
MUURBEPLANTING .M = Muurbeplantingen en steenvoegen
.M1 = droge grond
.M2 = vochthoudende grond
.M3 = natte grond
OPEN PLAATSEN .O = Open plaatsen ( met border
en/of wildeplanten karakter )
.O1 = droge grond
.O2 = vochthoudende grond
.O3 = natte grond
ALPINUM .A = Alpinum
.A1 = droge grond
.A2 = vochthoudende grond
.A3 = natte grond




Het gebruik van de
>standplaatscode <

STEPPE HEIDE .SH = Steppe heide ( meestal
voedzame en kalkrijke grond )
.SH1 = droge grond
.SH2 = vochthoudende grond
.SH3 = natte grond
SIERBORDER .SB = Sierborder met goede tuingrond
.SB1 = droge grond
.SB2 = vochthoudende grond
.SB3 = natte grond
HEIDE .H = Heide ( meestal niet
voedzame en kalkrijke grond )
.H1 = droge grond
.H2 = vochthoudende grond
.H3 = natte grond grond
WATERKANT .WR = Waterrand ( algemeen )
.WR1 = moerassige zone
.WR2 = rietzone - ondiep water
ROTSTUIN .R = Rotstuin stenige bodem / bodem met grind en steenslag
.R1 = droge grond
.R2 = vochthoudende grond
.R3 = natte grond
WATER .W = Water/waterplanten / algemeen
.W1 = waterplanten met scheuten
.R2 = vochthoudende grond en blad meestal boven water
.W2 = waterplanten met drijvend blad
.W3 = onderwaterplanten
.W4 = losdrijvende planten